Hoger onderwijs

 

Regeerakkoord:

Samen met de associaties, de hogescholen en de universiteiten maken we afspraken over het studievoortgangsbeleid. Daarbij werken we de ongewenste effecten van de flexibilisering. (onder andere met betrekking tot het leerkrediet en de te lange doorstroomtijd) weg. Zowel de evaluatie van het financieringsdecreet als de bevindingen van de specifieke werkgroep over het oriëntatie- en studievoortgangsbeleid vormen daartoe de aanzet.

We gaan voor niets minder dan excellentie, zowel qua hoger onderwijs, onderzoekers, research-infrastructuur als op het vlak van internationalisering.

We realiseren een doorbraak voor meer mensen in STEM opleidingen en -beroepen.

We zetten in op de internationalisering van ons hoger onderwijs. We stimuleren alle studenten uit ons hoger onderwijs tot een stage of opleiding van minimum drie maanden in een ander land of een ander taalgebied. Tegelijk voeren we een actief beleid rond studentenmigratie.

Naar analogie met de arbeidskaarten introduceren we een studiekaart. Wanneer men een beslissing neemt over het recht om te studeren in Vlaanderen, wordt automatisch de koppeling gemaakt met het verblijfsrecht.

Vormen van afstandsleren in het hoger onderwijs, zoals de Open Universiteit, blijven we ondersteunen.

We bouwen het hoger beroepsonderwijs uit tot een volwaardig onderdeel van het hoger onderwijs. We hebben in het bijzonder oog voor een goede regionale spreiding en de arbeidsmarktgerichtheid van de opleidingen, waarin leren en werken zijn geïntegreerd.

We voorzien in een speciaal statuut voor studentondernemers.

Vóór de stap naar het hoger onderwijs vertrekken we van een goede schoolloopbaanbegeleiding in het secundair onderwijs en een goede aanvangsdiagnostiek in het hoger onderwijs. Leerlingen krijgen hierbij inzicht in hun eigen talenten en interesses en in de doorstroommogelijkheden naar hoger onderwijs en/of arbeidsmarkt van de verschillende studierichtingen in het secundair onderwijs. Op basis van een grondige screening van alle studierichtingen die in het secundair onderwijs worden aangeboden, wordt per richting duidelijk in kaart gebracht op welk vervolgtraject in het hoger onderwijs/arbeidsmarkt zij al dan niet voorbereiden (matrixoefening). Verplichte niet bindende oriëntatieproeven voor het einde van het secundair onderwijs en door de instellingen georganiseerde verplichte niet-bindende toelatingsproeven in het hoger onderwijs zijn belangrijke elementen in dit traject van studie-oriëntering naar het hoger onderwijs. Deze niet-bindende toelatingsproeven zullen gefaseerd ingevoerd worden ten laatste voor alle richtingen in 2018-2019 en met evaluatie per proef na 3 jaar na de start van de niet –bindende toelatingsproef voor die bepaalde richting.

Voor het hoger onderwijs voeren we gefaseerd en uiterlijk in 2018-2019 niet-bindende toelatingsproeven voor alle richtingen.

Met de associaties, hogescholen en universiteiten maken we afspraken om ongewenste effecten van de flexibilisering weg te werken en rationaliseren we het aanbod hoger onderwijs.

Om het opleidingenlandschap in het hoger onderwijs overzichtelijk te houden zowel in aanbod als in benaming, wordt voor elke opleiding de verwevenheid nagegaan. Voor opleidingen met een hoge verwevenheid met andere opleidingen, wordt ervoor geopteerd deze aan te bieden als afstudeerrichting en niet zozeer als een aparte opleiding. Nieuwe opleidingen die zijn opgenomen in het financieringsmodel kunnen enkel worden ingericht indien een andere opleiding wordt afgebouwd. Deze afbouw moet niet noodzakelijk aan dezelfde instelling gebeuren dan aan deze die de opleiding aanvraagt. In verband met het verlengen van studierichtingen in het hoger onderwijs, zullen de bestaande criteria strikt worden toegepast.

De evaluatie van het financieringsdecreet hoger onderwijs is een vertrekpunt om het systeem aan te passen en transparanter te maken, o.a. door een grondige evaluatie van de puntengewichten. Voorts gaan we op vlak van financiering op zoek naar synergiën met wetenschapsbeleid.

We blijven achter de principes van het Kwaliteitsdecreet van 2009 staan inzake de kwaliteitscontrole op scholen, maar geven bij de toepassing ervan de eigen verantwoordelijkheid van scholen een belangrijkere plaats. We willen de klemtoon meer leggen op kwaliteitsbeleid dat scholen zelf ontwikkelen. We maken duidelijke afspraken over welke normen door de inspectie gehanteerd worden bij de vaststelling van tekorten m.b.t. de decretale kwaliteitseisen en welke instrumenten bij de scholen kunnen opgevraagd worden ter verantwoording. Alleszins behoort het evaluatiebeleid tot de volledige autonomie van de school.

Met het invoeren van een instellingsreview – via het nieuw accreditatiestelsel voor het hoger onderwijs – hebben we een belangrijke evolutie ingezet in de kwaliteitszorg. Bij positieve evaluatie van deze instellingsreview zetten we een volgende stap, waarbij de verantwoordelijkheid en verantwoording voor de kwaliteit van de opleidingen bij de instellingen komen te liggen.”

Gerealiseerd:

Columbus, een oriënteringsproef, helpt leerlingen op het einde van het secundair onderwijs om een betere studiekeuze te maken richting het hoger onderwijs. Het instrument bereikt nu al een kwart van de laatstejaars en zal de komende jaren nog verfijnd en veralgemeend worden.

We ontwikkelden een gemeenschappelijke instapproef voor alle hogescholen om aspirant-leraren bij de start van hun lerarenopleiding een beter zicht te geven op de startcompetenties.

We hebben samen met alle hogescholen het engagement genomen om community service learning (leren door maatschappelijk engagement) een plaats te geven in de lerarenopleidingen. 

Wat kwaliteitszorg betreft, zijn we overgestapt van een systeem op basis van aparte opleidingsvisitaties naar een systeem op basis van instellingsreviews, waarbinnen de universiteiten en hogescholen moeten aantonen hoe ze de kwaliteit van hun opleidingen kunnen garanderen. We evalueren deze werkwijze en zullen de resultaten ervan nog deze legislatuur decretaal verankeren.

Universiteiten en hogescholen kunnen sneller voorwaarden opleggen aan studenten die te weinig studiesucces behalen in hun opleiding. Ze kunnen daarbij ook rekening houden met het studieverleden van studenten in andere opleidingen en instellingen.

We bevestigden de principes van de taalregeling, maar we hebben kleine wijzigingen aangebracht omtrent opleidingen in internationale samenwerkingsverbanden (zoals Erasmus Mundus of ICP) en voor docenten die het Nederlands als bestuurstaal moeten beheersen. Voor die laatste voorzien we een integratietraject van 5 jaar in de plaats van enkel een taaltest na 3 jaar.

We hebben de bacheloropleiding verpleegkunde uitgebreid tot 240 studiepunten, 4 jaar, vanaf academiejaar 2016-2017. Op die manier komen we tegemoet aan de eisen van Europa omtrent het aandeel stage in de opleiding.

Vanaf 2019 wordt het hoger beroepsonderwijs (HBO5) een volwaardig onderdeel van het hoger onderwijs. De samenwerkingsverbanden van de hogescholen ontvangen in de voorbereiding hiervan sinds begrotingsjaar 2016 1,5 miljoen euro. http://www.hildecrevits.be/nl/nieuwe-stap-voor-hbo5-naar-3de-toegangspoort-hoger-onderwijs

We pasten het studiegeld voor het hoger onderwijs aan tot 890 euro per jaar, mét behoud van de sociale correcties voor studenten met een studietoelage (105 euro). Daarnaast wordt de huidige groep van bijna-beursstudenten uitgebreid door de inkomensgrens op te trekken, ook die groep betaalt een verlaagd tarief. http://www.hildecrevits.be/nl/nieuwe-tarieven-studiegelden-hoger-onderwijs-met-sociale-toets

We hebben de kliks en groeipaden voor het hoger onderwijs gevrijwaard vanaf begrotingsjaar 2017. In 2016 draaiden we de besparingen in de studentenvoorzieningen terug met 2,5 miljoen euro. Er is extra versterking van de onderzoeksmiddelen (Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek) voor de hogescholen in 2017 met 10 miljoen euro om onze ambitie waar te maken om de 3%-norm voor Onderwijs en Onderzoek te behalen.

Meer leerlingen krijgen hun toelage sneller uitbetaald dankzij een drastische vereenvoudiging in het aanvragen van school- en studietoelagen. Daarvoor worden dossiers automatisch opgestart en werd het aanvraagformulier vereenvoudigd. http://www.hildecrevits.be/nl/5-miljoen-euro-extra-voor-uitbetaling-school-en-studietoelagen

We investeren 100.000 euro in drie maatschappelijke organisaties (De Katrol, ’t Scharnier en Kompanjon) ter ondersteuning van kwetsbare kinderen aan huis. http://www.hildecrevits.be/nl/100000-euro-voor-ondersteuning-kwetsbare-kinderen-aan-huis

We investeren 115.000 euro in 7 projecten ter ondersteuning van kwetsbare kinderen. Daarmee kunnen ruim 1000 studenten uit het hoger onderwijs 2.100 leerlingen uit het basis- en secundair onderwijs begeleiden. Het gaat daarbij ondermeer over studie- en huiswerkbegeleiding, studiemotivatie en taal- en gezinsondersteuning. http://www.hildecrevits.be/nl/minister-crevits-kent-subsidies-toe-voor-ondersteuning-kwetsbare-kinderen

Het ‘Damesakkoord’ met Nederland versterkt de onderwijssamenwerking in zake mobiliteit en ondersteunt kwaliteitsvol onderwijsaanbod Nederlandse Taal en Cultuur in het buitenland. http://www.hildecrevits.be/fr/minister-crevits-en-minister-bussemaker-willen-vlaamse-nederlandse-samenwerking-onderwijs-versterken

Buitenlandse beursstudenten en -onderzoekers krijgen een vrijstelling voor de retributie voor de verblijfsaanvraag dankzij inspanningen bij de collega’s op het federale niveau. http://www.hildecrevits.be/nl/vrijstelling-retributie-verblijfsaanvragen-buitenlandse-beursstudenten-en-%E2%80%93onderzoekers

We voeren het actieplan studentenmobiliteit “Brains on the Move” uit. Daarbij zetten we specifiek in op promotie van mobiliteit bij ondervertegenwoordigde groepen. http://www.hildecrevits.be/nl/recordaantal-erasmusstudenten-vlaanderen

In het hoger onderwijs bestaat sinds kort een statuut student-ondernemer, geïnspireerd op het statuut voor werkstudenten. http://www.hildecrevits.be/fr/statuut-student-ondernemerschap-%E2%80%9Cstimulans-voor-studenten-die-leren-werken-ondernemen-combineren%E2%80%9D

We hebben de databundel hoger onderwijs gelanceerd. Een tool waarbij scholen uit het secundair onderwijs de voortgang van hun oud-studenten in het hoger onderwijs. Met die informatie kunnen ze zichzelf beter positioneren binnen het Vlaams onderwijslandschap.

Na twee decennia slaan we vanaf het academiejaar 2018-2019 een nieuwe weg in met een vergelijkende selectieproef. Dit houdt in dat de best gerangschikten aan de bacheloropleidingen kunnen starten. Meer kandidaten zullen aan de opleiding kunnen beginnen en er komt een apart examen voor arts en tandarts. http://www.hildecrevits.be/nl/vlaanderen-gaat-meer-artsen-en-tandartsen-opleiden 

Het opleidingsaanbod hoger onderwijs wordt rationeler en transparanter. Instellingen hoger onderwijs moeten onderling afstemmen als ze nieuwe opleidingen willen organiseren en de omvang van afstudeerrichtingen wordt beperkt.

 

 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream