11 oktober 2018

'Ik wilde hem wurgen, maar ging naar de bozeplek'

 

Kinderen die bedroefd zijn vinden in Ledeberg voortaan troost in de eerste publieke 'gevoelsplek'. In het Gentse Keizerspark komt een 'bozeplek', om de woede te bekoelen. Onderzoek toont aan dat gevoelsplekken de agressie doen dalen. 'Ze gooien zelden nog de stoelen en tafels overhoop.'

"Soms ben ik heel verdrietig", vertelt Myrthe (10), op het eerste gezicht een vrolijke snoet met dotjes uit het vijfde leerjaar van De Driesprong in Deerlijk. Het is middagpauze als ze ons met flinke tred voorleidt naar het plekje in het bos, naast de speelplaats, waar ze zich af en toe terugtrekt. De troostplek. Hier, aan een tafel, schrijft ze briefjes voor haar overleden opa, of rijgt ze kralen voor haar doodgeboren zusje. Myrthe: "Of soms, als ik het eens lastig heb, kom ik hier gewoon uitwenen. Daarna voel ik me terug vrolijk en kan ik weer beter opletten in de klas." En dan, terwijl ze een touw rond een stok drapeert: "Zie je, het is alsof je verdriet aan je handen kleeft. Maar dan hang je dat gevoel aan het touw en laat je het hier achter. Dat helpt mij."

Stoppen met kroppen, daar draait het om. Lut Celie, psychotherapeut van het Gentse centrum De Bleekweide en bezielster achter de gevoelsplekken, schreef er samen met collega Lisa De Palmenaer een masterproef over aan de vakgroep orthopedagogiek (UGent). Voor hun kwalitatief onderzoek, in vijftien scholen en vier residentiële instellingen, bevroegen ze 580 kinderen en jongeren, zoals Myrthe, over het effect van de troost- en bozeplekken. De resultaten zijn "significant", zo komt ook naar voren uit gesprekken met leerkrachten. Zij zien de agressie op de speelplaats aanzienlijk dalen.

Bovendien, zo stipt het onderzoek aan, kinderen die niet goed in hun vel zitten, kunnen ook niet leren. Te lang was er enkel aandacht voor het cognitief remediëren: voor het leren leren. Met de gevoelsplekken zet Lut Celie daar nu een nieuwe term naast: die van het emotioneel remediëren, een begrip dat ook kinderpsychiaters nog even moeten googelen. Celie: "Het idee erachter is dat een gevoel gevoeld mág worden, maar dan op een constructieve manier. Waarom is emotionele remediëring nodig? Denk aan een emotioneel vat. In plaats van al je gevoelens daarin te proppen, tot ze ontsporen en exploderen, moeten we er expressie aan geven. Zodat we kinderen, maar ook leerkrachten en hulpverleners, met die emotionele vaten leren om te gaan.

Met emotionele remediëring nemen leerkrachten de touwtjes in handen, zo geeft de masterproef aan. Het laat hen toe zelf te leren omgaan met moeilijk gedrag, zodat er geen straffen aan te pas komen. Celie: "We leren leerkrachten die signalen te herkennen - dat een kind begint te 'ontploffen'. Toch krijgen ze het, zonder woedeaanval, tot op de bozeplek. En dat is net het mooie van de methodiek. Want een woede- uitbarsting, dat voelt voor kinderen erg onveilig aan, omdat ze alle controle verliezen. Is boosheid een gewone basisemotie, dan zijn woede en agressie de ontaarde vormen. Daar heb je geen zeggen meer aan."

Woede huist trouwens overal, zo bracht het actie-onderzoek naar boven. Celie: "Met welke leerkracht, directeur of hulpverlener we ook spraken, telkens weer kwamen de woorden boosheid, woede of moeilijk gedrag terug. Het is een fenomeen. Misschien wel omdat we het zo massaal onderdrukken. Kijk naar boosheid, nochtans een basisemotie. Daar rust zo'n taboe op, zoveel oordeel. Dat wordt bestraft, gelabeld, totaal onder de knoet gehouden. Velen denken: 'Wablieft, een plek om uit te razen? Nee toch! Hou die demonen maar rustig gedekt.' Maar stel je eens voor dat jij kwaad bent en ik zeg: 'Pas op hoor, een beetje kalm! En als het wat tegenvalt, geef ik je nog een straf erbovenop.' Wel, dat is nog al te vaak de aanpak nu."

"We moeten altijd maar die brave, modale burger zijn", knikt Isabelle Christiaens, directrice van kleuter- en basisschool De Driesprong. "De druk is erg groot. Nochtans, ook voor volwassenen kan het eens deugd doen om ons gevoel uit te schreeuwen, niet?"

De Driesprong was drie jaar geleden een van de pioniers om gevoelsplekken uit te bouwen. "We zagen veel kinderen met een zware rugzak", verklaart Christiaens. "We wilden de woede-uitbarstingen binnen de perken houden. Intussen zijn velen het gewoon om naar de bozeplek te trekken. Ze kanaliseren er hun boosheid. Als ze daar nood aan hebben, kunnen ze er nadien over praten. Vaak gaat het dan over hun thuissituatie. Een scheiding, een verlies... Er zit toch dikwijls meer achter dan die ene tackle tijdens het voetbal."

Dat het project zijn vruchten afwerpt, is nu al voelbaar, stelt de directrice: "Vroeger zagen we meer fysiek geweld tijdens de speeltijd. Elkaar schoppen, tackelen, duwen. Elkaar willen 'kelen'. (snijdt met haar vinger langs haar hals) Nu komen ze soms naar mij: 'Ik had hem bijna gekeeld, maar ik ben naar de bozeplek gegaan.'" (lacht)

Ook Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) noemt het "positief dat scholen naar methodes zoeken om agressie of gedragsproblemen aan te pakken. Een school moet een klimaat creëren waarin leerlingen zich goed voelen. Dat is naast de overdracht van kennis ook belangrijk."

Komt daarbij, zo benadrukt Isabelle Christiaens: "De bozeplek is veel meer dan zomaar loos gaan op een boksbal. Het is een traject, omdat we er ook iets aan breien. Kinderen leren dat ze hun gevoelens mógen voelen, zonder dat we hen ervoor bestraffen. En ze leren op termijn ook om te gaan met die boosheid."

Baf. Met een welgemikte vuistslag verkoopt Mathisse (10) de bokszak een stevige rechtse. Zo'n drie keer per maand vind je hem hier op de bozeplek, helemaal onttrokken aan het zicht. Vaak na een hoogoplopende ruzie met zijn vrienden - "als we er weer eens niet uit raken wie er met wie mag spelen." Dan schopt hij tegen een mat, vastgeknoopt rond een boomstam, slaat hij op een ketel of krast hij met krijt op een bord - "geen vuile woorden, want dat mag niet".

Na een drietal minuten is hij meestal uitgeraasd. Mathisse: "Vroeger reageerde ik me veel meer af op anderen: met woorden, maar ook door te slaan. Nu de bozeplek er is, ben ik meer op mijn gemak. Ik voel het zelf goed aan wanneer ik er naartoe moet. Ik voel de woede altijd eerst in mijn handen, het worden dan vuisten. En aan mijn hartslag. Gaat die ineens te snel, dan is het tijd om te vertrekken. Klopt mijn hart heel traag, dan ga ik weleens naar de troostplek. Daar heb ik al gezeten toen mijn hond Milan overleden was. Daar geraakte ik echt niet over."

Een ruzie, een verlies, een scheiding. Praat met kinderen en ze lijken wel om 101 redenen boos. Kan dat?

Lut Celie: "Er zijn zoveel oorzaken. Omdat ze niet voldoende aandacht krijgen. Omdat ze ervan overtuigd zijn dat mama of papa hen niet meer graag ziet. Maar weet je, als je een gevoelswereld afneemt - een die er niet mág zijn - dan toont dat zich in gedrag. Elke ontspoorde emotie uit zich in moeilijk gedrag, in agressie en woede. Daar ben ik ondertussen 100 procent zeker van. Maar je kunt het voorkomen door er te leren mee om te gaan.

(haalt schetsen uit de kast van jongeren) "Kijk, honderden kinderen hebben zelf aangegeven hoe hun bozeplek er moest uitzien. Ze wilden papier om te verscheuren, een pop om op te slaan, klei om in te knijpen. Dat is de kracht van dit project: het is niet het zoveelste theoretische model dat ergens in een volwassen kamer is ontstaan, uitgevonden door die grote mensen die alweer gaan bepalen wat kinderen nodig hebben. Het is echt van hen. Zij waren van bij de start onze co-researchers."

Als een kwaad kind op zijn eentje uitraast op een bozeplek, maakt u dan achteraf wel nog de analyse waar die boosheid precies vandaan komt? Is dat niet essentieel?

"Voor kinderen die in begeleiding komen of in behandeling zijn wel. Maar op scholen, nee. Wil een kind erover praten, dan kan dat altijd: met de juf, de zorgcoördinator, de psycholoog. Maar het hoeft niet. We mogen niet denken dat wij als hulpverleners - en dat zit heel sterk in ons - alles moeten oplossen. Wij zitten te veel in de ethiek van het alwetend advies."

Al te veel jongeren krijgen een etiket opgeplakt, hekelt u. Maar, zo werpen kinderpsychiaters op, soms moet je het probleem toch benoemen om te begrijpen wat die woede veroorzaakt.

"Feit is dat er nu onnoemelijk veel gelabeld wordt. In vergelijking met onze naburige landen diagnosticeren wij vier keer zoveel. Een kind wordt te beweeglijk, heeft een woedeaanval, doet iets ongewenst en we laten het al testen. En wees maar zeker dat er uit die test een diagnose naar voren komt.

"Nu, hoe kunnen gevoelsplekken hierop inspelen? Stel dat ze kunnen voorkomen dat zoveel kinderen in signaalgedrag gaan of ontploffen, zoals onze resultaten nu aangeven. Dan hebben we minder tests nodig, en volgen er als vanzelf minder diagnoses. De vraag is dus: kunnen we dat doorverwijssysteem naar de tweedelijnszorg, met zijn ellenlange wachtlijsten, wat verlichten door in de eerste lijn emotioneel te remediëren? Want die kinderen zijn niet ziek. Ze vragen alleen: luister naar mij."

Maar dreigt u dan geen diagnoses over het hoofd te zien? Bijvoorbeeld: een kind met autisme dat in razernij kan ontsteken?

"Vraag me niet om het omgekeerd te zien, want er wordt al zoveel gediagnosticeerd. Maar ook kinderen met autisme, adhd, met een beperking kunnen baat hebben bij emotionele remediëring. Ook zij hebben het nodig om te leren omgaan met hun emotionele wereld, op een constructieve manier."

'Op gevoel mogen komen', al is het extreem, het kan ook al in sommige jeugdinstellingen. Zoals in het onthaal-, oriëntatie- en observatiecentrum Luein in Lochristi, dat meisjes tussen 12 en 18 jaar opvangt en begeleidt. Sinds een paar maanden experimenteren ze er met een troost- en bozeplek. Al was coördinator Werner Vlijminck eerst geen believer wat de boksbal betreft. "Toch zien we nu al effect", moet hij bekennen. "Het echt ontladen van emotie brengt veel minder crisissen teweeg in de leefgroep zelf. Het decor binnen wordt minder vaak verbouwd. Ze gooien zelden nog de stoelen of tafels overhoop, zoals vroeger wel durfde te gebeuren."

Vorige maand gaf minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) nog aan hoe begeleiders in de jeugdhulp steeds vaker te maken krijgen met geweld. Hij trok toen 1 miljoen euro uit om hen methodieken in agressiebeheersing bij te brengen. Die som kwam bovenop de eerdere 20 miljoen euro voor aangepaste gebouwen. "De gevoelsplekken zouden kunnen behoren tot de alternatieve vormen van de-escalerende maatregelen waarvoor we nu middelen vrijmaken", stelt de minister.

Aan een reusachtige boom schommelt een meisje in een hangstoel. Troost in de herfstzon. Wat verderop, in de bozeplek, is het krijtbord blanco. Ook hier geen vuile woorden. Werner Vlijminck: "Maar je leest hier vaak 'klote' of 'fuck'. Dat móét er gewoon uit bij die gasten. Niks tegen te beginnen." Een kastje aan de wand beschermt de smartphones tegen al het grof geweld - dat ze die alsjeblieft toch niet verrot trappen.

Toch heerst er nog wat weerstand tegen de bozeplek, stelt Vlijminck vast. "Sommige jongeren vinden het juist stoer om in volle groep uit te halen. Zo'n woede-uitbarsting is voor meisjes met gedragsproblemen ook wel een statement: met mij moet je rekening houden. Ze willen zich 'stellen'. Voor hen gaat het er vaak over om duidelijk te maken: welke positie neem ik hier in op de ladder? In die zin is de troostplek iets toegankelijker. Ze lijden er minder gezichtsverlies."

Hebben de gevoelsplekken één grote meerwaarde, dan wel dat ze jongeren "toestaan om te voelen wat ze voelen, zonder dat ze zich verbaal moeten uiten, tenzij ze dat willen". Vlijminck: "Onlangs hadden we hier een meisje in de leefgroep dat al een kwartier lang in de bozeplek zat. Ze bleef maar constant met haar hele lijf tegen de boksmat aanstoten. En maar kloppen met haar handen. Op den duur dacht ik: moeten we nu niet ingrijpen? Helemaal afgepeigerd kwam ze terug binnen. Toen ze op verhaal kwam, bleek het over frustraties en ontgoochelingen van maanden voordien te gaan, van thuis. Soms is één kleinigheid binnen de leefgroep dan maar de druppel."

Dan heeft Mathisse het allemaal best voor mekaar. Hij trekt zijn bokshandschoenen uit en zet het signaal op groen: het volgende lontje mag erin. Maximaal 5 minuten. En dus is het weleens aanschuiven om uit te razen. Mathisse: "Hoe ik dat oplos? Dan ga ik bij een superdikke boom staan, om daar een paar minuten tegen te schoppen. (denkt na) Maar eigenlijk is dat niet goed voor het milieu, hé?"

De troostplek in Ledeberg ligt tegenover Wijkgezondheidscentrum Botermarkt. Binnenkort komt er een bozeplek in het Gentse Keizerspark. Ook stadswijk Ham-Sluizeken-Nieuwland verwacht een gevoelsplek.

ELINE DELRUE

Inhoud ↑

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream