28 april 2008

Minister Crevits pleit voor een belangrijke rol voor gewesten inzake leefmilieu bij de OESO

 



PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN
MINISTER HILDE CREVITS
VLAAMS MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE,
LEEFMILIEU EN NATUUR
28 april 2008
 
 
 
 
Vlaams minister Hilde Crevits neemt vandaag namens België deel aan de openingssessie van de vierjaarlijkse OESO-vergadering van milieuministers in Parijs. Op de sessie wordt de “Global Environmental Outlook 2030” voorgesteld. Hierin stelt de OESO een vooruitblik voor op de toekomstige ontwikkelingen van het wereldmilieu en een schatting van de kosten van milieuschade als er geen extra inspanningen worden geleverd. Minister Crevits zal de OESO feliciteren voor het uitstekende werk inzake de kosten- en bateninschatting van milieubeleid. Het is nu wel van belang om in de toekomst de verdelingseffecten van die kosten- en baten in beeld te brengen om zo tot een gedragen beleid te komen. Minister Hilde Crevits zal eveneens een lans breken voor een belangrijkere rol voor de gewesten bij het ontwerp en de uitvoering van de OESO-milieustrategie. Morgen heeft minister Crevits ook nog een ontmoeting met de heer Tanaka, topman van het Internationaal Energieagentschap, met betrekking tot de uitdagingen voor energiebesparingen.
 
In onze federale staatsstructuur zijn de gewesten bevoegd voor het milieubeleid, daarom pleit minister Crevits voor een belangrijkere rol voor de subnationale entiteiten (gewesten) bij het ontwerp en de uitvoering van de OESO-milieustrategie. De centrale doelen van de OESO-strategie zijn natuurbeleid, ontkoppeling tussen groei en milieudruk, informatievoorziening voor milieubeleid, de relatie tussen het sociale en milieu en de verbeterde internationale samenwerking – allemaal zaken waar de gewesten in belangrijke mate voor bevoegdheid zijn. Minister Crevits neemt nu deel aan de evaluatie van de lopende strategie en beslist mee of er een nieuwe OESO-strategie komt na 2010.
 
Een objectief van de bijeenkomst is ook ervaringsuitwisseling. Als voorbeeld van innovatieve benaderingen in de OESO-lidstaten licht minister Crevits het innovatief biomonitoringsprogramma toe dat in Vlaanderen loopt. Dit biomonitoringsprogramma spoort de effecten van vervuilende stoffen op tot bij concrete personen. Het nieuwe zit er hem in dat Vlaanderen deze wetenschappelijke bevindingen laat doorwerken in concrete beleidsinitiatieven, zoals de sanering van vervuilde gronden. Andere lidstaten hebben al hun interesse getoond om dit programma ook bij hen te implementeren.
 
Minister Crevits: “We staan wereldwijd voor grote uitdagingen op het vlak van leefmilieu en energie. Enkel een gezamenlijke strategie kan globaal een effect hebben. De uitdagingen zijn per regio wel verschillend. Het is daarom zinvol om samen te komen en ervaringen uit te wisselen. Ik pleit voor een grotere rol voor de subnationale entiteiten. In België zijn de gewesten bevoegd voor het leefmilieu beleid. Het is dan ook logisch dat ze nauw betrokken worden.
 
Morgen gaat minister Hilde Crevits ook naar het Internationaal Energieagentschap (IEA). Ze heeft een ontmoeting met de heer Nobuo Tanaka, Executive Director van het IEA en Richard Bradley, Head of the Energy Efficiency and Environment Division. Energie-effiënctie, voorwerp van vele studies van het IEA, is een gewestelijke bevoegdheid. Minister Crevits wil met het IEA het onder meer hebben over de marktdrempels die energierenovaties bemoeilijken. Denk bijvoorbeeld aan de verhouding huurder-verhuurder: de energiebesparingskosten zijn voor de eigenaar en de energie-besparingsbaten, zijnde de verlaagde energiefactuur voor de huurder.
 
 
Persinfo:
 
Cybelle-Royce Buyck
woordvoerster van Vlaams minister Hilde Crevits
0486 14 12 72
Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream