31 augustus 2018

Onderwijs is nooit gemorrel in de marge

 

Na vier jaar als minister van onderwijs is mij één ding heel duidelijk: onderwijsbeleid beroert vele harten. Iedere maatregel, hoe klein ook, is wezenlijk, want gaat telkens over de toekomst van meer dan 1,2 miljoen leerlingen en meer dan 140.000 leraren, alleen al in het basis- en secundair onderwijs. Aangezien iedereen ooit op de schoolbanken heeft gezeten en dus alvast ervaringsdeskundige is, geldt voor Onderwijs per definitie “Zoveel mensen, zoveel meningen”.

Onderwijsbeleid is bij uitstek langetermijnwerk en vraagt steeds nuance. De kleutertjes die maandag voor het eerst naar school gaan, studeren ten vroegste af in 2033 en mogelijk nog een viertal jaar later als ze ook, zoals steeds meer jongeren in Vlaanderen, voor hoger onderwijs kiezen. Omgekeerd, scoorde de generatie studenten waarvan vandaag gezegd wordt dat ze niet meer in staat zijn om een verhandeling te schrijven, in 2006 nog uitstekend in internationaal taalonderzoek in het basisonderwijs. Onderwijsbeleid is geen tafelspringerij, geen hemelbestormen, wel een lange gestage weg vooruit, stap voor stap, samen met heel het onderwijsveld.

Die weg heeft ons onderwijs de voorbije decennia naar de wereldtop gebracht in internationale rankings. Een koppositie die de laatste jaren steeds vaker onder druk staat, deels omdat wij op bepaalde vakken achteruitgaan, deels omdat andere landen het beter beginnen doen. Dat zijn knipperlichten die we niet mogen relativeren, onze brains zijn de meest waardevolle grondstof in Vlaanderen. Maar die vaststelling mag ons ook niet in de armen van leerling-tovenaars drijven die denken dat een samenleving of een school vanaf een wit blad uitgetekend kan worden. Koesteren wat goed is en pijnpunten aanpakken, dat blijft onze leidraad.

Die visie op onderwijsbeleid levert mij in een dagblad dat 6 onderwijsexperts aan het woord liet een zeer gevarieerd rapport op. Maatregelen die van de ene deskundige een 9 op 10 krijgen, krijgen van een andere een 3. Wat door de ene geprezen wordt als historisch, is voor de andere “gemorrel in de marge”. Zoveel experts, zoveel meningen.

Ik doe aan politiek vanuit een overtuigde visie en om concrete resultaten neer te zetten. Die overtuigde visie vind je terug in het regeerakkoord, die concrete resultaten op mijn website onder realisaties. Ook de experts zullen moeten toegeven dat beide lijsten nauw met elkaar stroken.

Dat maakt dat morgen onze kunstacademies de deuren opengooien voor meer kinderen, en dat ze daarbij, net als onze centra voor volwassenenonderwijs, meer aandacht kunnen hebben voor een kwetsbaar doelpubliek. Dat leraren dankzij een nieuwe CAO straks niet alleen een extraatje verdienen, maar ook meer jobzekerheid krijgen wanneer ze starten. Dat de inspectie hen meer zuurstof en én vertrouwen geeft. Dat elke leraar door de modernisering van het secundair en de nieuwe eindtermen meer instrumenten krijgt om de lat hoog te leggen voor elke leerling. Dat 95 percent van de Vlaamse gemeenten de laatste 4 jaar een nieuwe of grondig gerenoveerde school zag bouwen. Dat duaal leren eindelijk een succesverhaal wordt in Vlaanderen. Dat we met de graduaatsopleidingen in het hoger onderwijs een deur openen voor jongeren die tot vandaag hun plaats niet vinden via de klassieke bachelor- en masteropleidingen. Dat centra voor basiseducatie naar onze scholen trekken om anderstalige ouders laagdrempelig Nederlands te leren. Dat ouders die recht hebben op een studietoelage die ook automatisch krijgen. Ogenschijnlijk een kleine maatregel, voor hen een wereld van verschil.

Onderwijs hervormen is luisteren, aftasten, overleggen, beslissen, doelen stellen, een richting bepalen en stap voor stap samen vooruitgaan. Het is respect voor de vrijheid van onderwijs en niet het dictatoriaal doorduwen van de eigen visie. Consensus na overleg is voor mij nooit gemorrel, en al zeker niet in de marge.

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream