25 april 2017

Onderwijsspiegel 2017: kwaliteit basisvorming bso en dbso flink vooruit

 

96 procent van de onderwijsinstellingen in het basis- en secundair onderwijs, de Centra voor Leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs hebben in het schooljaar 2015-2016 een gunstig advies of een beperkt gunstig advies gekregen van de Onderwijsinspectie. De kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen blijft goed. Positief is dat de kwaliteit van de basisvorming in het beroepsonderwijs en het deeltijds beroepsonderwijs er flink op vooruit gaat. Het leren Frans spreken in het basisonderwijs vraagt extra aandacht, het taalonderwijs van de moderne talen in de derde graad van het aso scoort goed. Het zijn enkele bevindingen uit de Onderwijsspiegel van de Onderwijsinspectie die vandaag is overhandigd aan Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Nog dit jaar volgen er peilingtoetsen Frans in het basisonderwijs.

Doorlichtingen

De Onderwijsspiegel 2017 brengt de resultaten van de doorlichtingen van onderwijsinstellingen tijdens het schooljaar 2015-2016. Er werden 383 scholen doorgelicht. Ongeveer de helft van de doorgelichte scholen kregen een gunstig advies, de andere helft een beperkt gunstig advies. 4 % van de doorgelichte instellingen kreeg een ongunstige beoordeling.

 

Een belangrijke vaststelling is dat de kwaliteit van de algemene vorming in het beroepsonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) er flink op vooruit gaat. Na minder goede peilingsproeven voor project algemene vakken is hier samen met de pedagogische begeleidingsdiensten actie ondernomen en dat loont.

 

Een blijvend aandachtspunt is de kwaliteitszorg. Die dringt nog niet altijd door tot op de klasvloer. Scholen gebruiken de resultaten, evaluaties van de leerlingen nog te weinig als een ‘spiegel’ om het eigen onderwijzen in vraag te stellen en de ontwikkelingen van de leerlingen te versterken.

 

Frans in het gewoon basisonderwijs: aandacht voor het spreken

Een nieuwe taal leren doe je zeker door ze te spreken. Sinds 2010 focussen de eindtermen en leerplannen voor Frans in het basisonderwijs op mondelinge communicatieve vaardigheden. In de praktijk levert dit nog niet het gewenste resultaat op. De inspectie bezocht 195 klassen vijfde en zesde leerjaar in 100 scholen. Eén op drie leraren Frans in de derde graad basisonderwijs geeft aan dat ze de taal onvoldoende machtig zijn. In bijna 6 op 10 klassen blijkt dat het accent onvoldoende ligt op mondelinge vaardigheden en dat in de helft van de klassen woordenschat veeleer een doel op zich is. De inspectie stelt voor om paralleltoetsen te ontwikkelen. Dat zijn toetsen die nagaan in welke mate leerlingen de eindtermen halen. De ontwikkeling van deze toetsen zijn gepland na de peiling Frans die nog dit jaar georganiseerd wordt. Verder is de afstemming en de samenwerking tussen basis- en secundair onderwijs belangrijk om de wederzijdse verwachtingen correct op elkaar af te stemmen.

De kennis van het Frans komt aan bod bij de niet-bindende instapproef die toekomstige leraren basisonderwijs moeten afleggen. Uit de eerste resultaten blijkt dat net de toets Frans het grootste struikelblok vormt. De hogescholen bieden daarom een traject op maat aan om studenten bij te spijkeren. Ook de professionalisering van leraren is van belang. Dit maakt deel uit van het strategisch plan basisonderwijs dat momenteel wordt voorbereid.

Moderne vreemde talen in de derde graad aso

Een sterk voorbeeld van goed taalonderwijs is de manier waarop de vernieuwingen in het moderne vreemde talenonderwijs in de derde graad aso zijn ingevoerd. Dat zijn studierichtingen waar leerlingen bewust kiezen voor moderne vreemde talen. Er is een analyse gemaakt op basis van doorlichtingen Frans en Engels in 55 scholen. Secundaire scholen bereiken de specifieke eindtermen in die studierichtingen. De klemtoon ligt op het vlot leren communiceren. De liefde van de leraren voor de taal en de cultuur wakkert de motivatie aan van de leerlingen om vlot en genuanceerd te leren communiceren in het Engels en het Frans. Het is belangrijk dat scholen investeren in vakoverschrijdend overleg en het delen van ervaringen met anderen scholen.

 

Het buitengewoon onderwijs

Het onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs aan kinderen met een visuele of auditieve beperking (of een spraak- of taalontwikkelingsstoornis) geeft een schouderklop aan de schoolteams voor het betrekken van de ouders bij het bepalen van de opvoedings- en onderwijsbehoeften van de leerlingen. Dankzij een verfijnde beeldvorming bieden de scholen de leerlingen een aanbod op maat. Scholen hebben nood aan kaders met specifieke ontwikkelingsdoelen voor bepaalde leerlingengroepen zodat ze doelgerichter en op maat doelen kunnen selecteren.

 

In het buitengewoon basisonderwijs spelen scholen niet altijd gepast in op de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van de leerlingen. De onderwijskwaliteit verschilt van school tot school en vaak ook binnen de school. Vooral bij het type basisaanbod zijn de cijfers minder positief. Dit nieuw type is twee jaar geleden opgericht door de samenvoeging van type 1 en type 8 in het buitengewoon onderwijs. Het delen van expertise tussen het buitengewoon en het gewoon onderwijs, zoals dat nu gebeurt in het kader van het M-decreet, is voor alle partijen een goede zaak.

 

Het verkennende onderzoek naar de invoering van het M-decreet in de CLB’s wijst op de nood aan een sterke samenwerking tussen scholen, centra voor leerlingenbegeleiding en pedagogische begeleidingsdiensten. Het effectief ondersteunen van leraren in het kader van de basiszorg en de verhoogde zorg verdient daarin de nodige aandacht.

Nog een ander onderzoek van de onderwijsinspectie

CLIL staat voor ‘Content and Language Integrated Learning’. Bepaalde vakken worden in een andere taal dan in het Nederlands aangeboden. De onderwijsinspectie onderzocht twee jaar CLIL in het Vlaams secundair onderwijs en kwam tot de conclusie dat CLIL succesvol is gelanceerd in Vlaanderen. Minister Crevits heeft de ambitie om het aanbod uit te breiden naar zoveel mogelijk leerlingen uit alle graden en onderwijsvormen, waaronder ook het beroepsonderwijs.

 

Mijn school is OK! Het referentiekader voor onderwijskwaliteit

De onderwijsinspectie staat niet stil. Op vraag van minister Crevits is ‘inspectie 2.0’ in de maak. Het doel is een onderwijsinspectie die relevanter, slagkrachtiger en flexibeler is en aandacht heeft voor een minimale planlast. Tijdens dit schooljaar 2016-2017 wordt er in scholen, centra en academies proefgedraaid om de methodologie en de instrumenten stapsgewijs te ontwikkelen. Vanaf 1 januari 2018 zal de onderwijsinspectie met een andere bril naar scholen kijken door in dialoog men hen te bouwen aan onderwijs.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De resultaten van de Onderwijsspiegel tonen aan dat er binnen onderwijs een ongelofelijke kracht schuilt. Heel positief is de inhaalbeweging van de algemene vorming binnen het beroepsonderwijs en het dbso. Een sterk voorbeeld van goed taalonderwijs zien we voor Frans en Engels in de derde graad van het aso. Het spreken van het Frans in het basisonderwijs alsook de kwaliteitszorg blijven aandachtspunten. Het is van belang dat scholen de resultaten en bevindingen van de inspectie gebruiken om hun kwaliteitsbeleid te versterken.”

In bijlage vindt u de Onderwijsspiegel 2017.

 

Categorie: 
 

Volg mij ook via

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream

twitter