Secundair onderwijs


Regeerakkoord:

“Het masterplan hervorming secundair onderwijs voeren we uit in dialoog met het onderwijsveld. We streven naar minder, maar wel betere studierichtingen, die aansluiten op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs.

In het kader van het masterplan secundair onderwijs werd voorzien dat leerlingen uit BSO/arbeidsmarktgerichte studierichtingen met vrucht een algemeen vormend leerjaar dienen te vervolgen.

Met het hoger onderwijs wordt overleg gepleegd om de eindtermen secundair onderwijs beter af te stemmen op de startcompetenties voor het hoger onderwijs.

We evalueren de eindtermen met het oog op een reductie en duidelijkere formulering ervan. We geven scholen meer vrijheid voor het invullen van hun curriculum. De vakkenlijsten blijven bestaan en het zijn de leerplanmakers die beslissen welke competenties in welke vakken of vakkenclusters behaald moeten worden. Daarbij moet het ook duidelijk zijn welke leraar er verantwoordelijk is voor de uitwerking en realisatie ervan.

Onze nieuwe bevoegdheid “industrieel leerlingwezen” gebruiken we om een duaal stelsel van leren en werken uit te bouwen.

Samen met het beleidsdomein onderwijs creëren we een geïntegreerd duaal stelsel van leren en werken, dat beleidsmatig en maatschappelijk als gelijkwaardig wordt beschouwd met alle andere vormen van secundair onderwijs en dat perspectief biedt voor jongeren én ondernemers. De nieuwe Vlaamse bevoegdheid - het industriële leerlingwezen - is hiervoor een hefboom.

De sectorale vertaling van dit beleid gebeurt via het instrument van de sectorconvenants. Duale opleidingsvormen zijn een volwaardige kwalificerende opleiding en een nuttig instrument in de strijd tegen ongekwalificeerde uitstroom en jeugdwerkloosheid. Ook voor jongeren zonder diploma die ouder zijn dan 18 jaar, kan een duaal leer-werktraject een passende oplossing zijn om een kwalificatie te halen. In het stelsel van leren en werken bieden we leerlingen maatwerk aan op basis van een grondige en neutrale screening en toeleiding door de relevante onderwijs- en arbeidsmarktinstanties. De screening van de arbeidsmarktrijpheid gebeurt door de relevante arbeidsmarktactoren. We garanderen elke leerling die instapt in een duaal traject voor leren en werken een concrete werkervaring in een (private) onderneming. Een resultaatsgerichte financiering dient bij te dragen aan de realisatie van de werkcomponent. Verschillen in statuut en verloning nemen we weg. Syntra-Vlaanderen krijgt een duidelijke regierol in de realisatie van de werkcomponent van arbeidsmarktrijpe jongeren. We werken aan het ombuigen van de neerwaartse trend in deelname van de Leertijd.

Een interministerieel comité werk-onderwijs stuurt de hervorming aan.

We voeren de initiatieven om de kennis van het Nederlands te versterken (taalscreenings, taalbadklassen en bijspijkerlessen) uit en geven scholen daartoe de nodige aanmoediging. Ook de ouders zetten we aan om Nederlands te leren. We voeren een actief talenbeleid om de talenkennis van het standaard Nederlands en moderne vreemde talen te versterken. Daarom moeten de eindtermen vreemde talen (Frans, Engels of Duits) ambitieuzer worden geformuleerd.

Projecten rond het gebruik van vreemde talen in zaakvakken in het secundair onderwijs blijven verder mogelijk.

In nauw overleg met de onderwijsverstrekkers van het secundair onderwijs en het hoger onderwijs gaan we verder na op welke wijze de overstap voor leerlingen kan worden geoptimaliseerd wanneer ze in het hoger onderwijs een vervolgtraject willen aanvatten dat niet aansluit bij de studierichting die ze in het secundair onderwijs volgden. Hierbij kan onder meer onderzocht worden of het verplicht volgen van individueel aangepaste voorbereidende trajecten of het slagen in bindende toelatingsproeven haalbare opties zijn.

Schooluitval en jeugdwerkloosheid pakken we krachtdadig met opleiding aan. Jongeren en in het bijzonder ongekwalificeerde schoolverlaters: In overleg met het beleidsdomein onderwijs zetten we verder in op een betere aansluiting onderwijsarbeidsmarkt en op het remediëren van vroegtijdig schoolverlaten.

Om het aantal spijbelaars terug te dringen, maken we verder werk van preventie en een sneller optreden tegen spijbelgedrag.

Inzake leerlingenbegeleiding moeten de onderscheiden verantwoordelijkheden van ouders, lerarenteam, school, CLB en welzijnssector beter sporen. Overlappingen en versnippering werken we weg. Wat de centra voor leerlingbegeleiding betreft wachten we de resultaten van de lopende audit af om beslissingen over hun verdere taakinvulling en organisatie te nemen in functie van een optimale leerlingbegeleiding.

We versterken de samenwerking met onderwijs in het bijzonder voor een toegankelijke opvolging en begeleiding van kinderen en jongeren en naar flexibele antwoorden bij dreigende schooluitval, in dit kader – en ook aangaande de centra voor leerlingenbegeleiding in het kader van de integrale jeugdhulp en de preventieve gezondheidszorg - werken we samen met de minister van onderwijs.”

Gerealiseerd:

De ‘modernisering’ van het secundair onderwijs bevat een aantal gerichte maatregelen om de pijnpunten in ons huidige onderwijssysteem weg te werken.

Eén van de doelstellingen voor de eerste graad is het goed oriënteren van leerlingen en hen voorbereiden op een meer bewuste en gerichte studiekeuze in de tweede graad. Leerlingen krijgen uitgebreid de kans om te ontdekken waar hun interesses en talenten liggen en kunnen die ook ontplooien. Een stevige basisvorming laat hen toe volwaardig aan de samenleving deel te nemen. Daarom versterken we de basisvorming zowel inhoudelijk als in aantal uren. In een keuzegedeelte kunnen leerlingen nieuwe vakken verkennen, zich verdiepen in bepaalde vakken of bepaalde vakken uit de basisvorming remediëren wanneer dat nodig blijkt.

Het vernieuwde studieaanbod, in vakjargon “de matrix”, brengt duidelijkheid in de wildgroei van studierichtingen en zorgt ervoor dat ouders en leerlingen in één oogopslag zien welke studiemogelijkheden er zijn en waartoe die voorbereiden.

Voor de 2de en 3de graad van het secundair onderwijs brachten we de bestaande 29 studiegebieden terug naar 8 studiedomeinen: taal en cultuur, STEM, kunst en creatie, land- en tuinbouw, economie en organisatie, maatschappij en welzijn, voeding en horeca, en sport.

Daarbij voegden we ook het opleidingsaanbod van het buitengewoon secundair onderwijs en de opleidingen secundair-na-secundair (Se-N-Se) toe.

De actualisering van de eindtermen is in zijn eindfase. In oktober 2015 startte in het Vlaams parlement het maatschappelijk debat rond de eindtermen. Via sociale media en een online platform ondersteunden we het debat. Via de 50 dagen van het Onderwijs gingen burgers, onderwijspartners en beleidsmakers met elkaar in debat. In elke provincie ging men tijdens een Nacht van het Onderwijs aan de slag ging met de input uit de 50 dagen van het Onderwijs. Er vonden ook een scholierendebat en een Onderwijsfestival plaats. Daarnaast gaven de SERV, SARC en de VLOR hun advies en zijn er twee wetenschappelijke onderzoeken rond het thema. Op basis van al die informatie wordt in de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement gewerkt aan een einddocument (resolutie of voorstel van decreet), als slotpunt van het maatschappelijk debat.

Via de pilootprojecten “schoolbank op de werkplek” lanceren we een vernieuwd duaal leren waarmee we jongeren vanaf hun 15de de kans geven om hun diploma te behalen door zowel te leren op school als op de werkvloer van het bedrijf. Op die manier worden ze beter voorbereid op de arbeidsmarkt. Het ontwerpdecreet duaal leren werd goedgekeurd zodat vanaf 1 september 2018 gestart wordt met de uitrol van duaal leren over heel Vlaanderen.  Op die manier kan iedere school vanaf dat moment duaal leren aanbieden.

Vanaf 1 september 2017 bieden 81 scholen CLIL aan, Content and Language Integrated Learning. In deze scholen volgen ruim 2.000 leerlingen een aantal vakken zoals geschiedenis, economie of aardrijkskunde in het Frans, het Engels of het Duits. Sinds 1 september 2014 is dat mogelijk en ondertussen zijn er al 81 scholen die hierin meestappen. Voortbouwend op de positieve evaluatie van de eerste projecten verspreiden we goede, inspirerende en innovatieve voorbeelden om te zorgen dat nog meer scholen in de toekomst CLIL aanbieden.

De conceptnota ‘samen tegen schooluitval moet het aantal vroegtijdige schoolverlaters doen dalen, het spijbelen tegengaan en het leerrecht garanderen. Preventie staat daarbij voorop. De doelstelling is dat elke jongeren een diploma haalt. Het plan bestaat uit meer dan 50 actiepunten. Om dit te coördineren en met de betrokken actoren de acties te verwezenlijken, werd een Vlaams spijbelambtenaar aangesteld.

Een belangrijk actiepunt uit de conceptnota is de realisatie van de Naadloze Flexibele Trajecten onderwijs-welzijn (NAFT). Deze vervangen de vroegere time-out projecten. Vormingsorganisaties kunnen veel beter dan vroeger inspelen op de noden en behoeften van een jongere die dreigt uit te vallen op school. Daarnaast kan de vormingsorganisatie ook in de klas en samen met de leraar werken.

Daarnaast zorgden we ervoor dat jongeren die regelmatig problematisch afwezig zijn sneller worden opgevolgd door de leerlingenbegeleiding en het CLB. Het CLB wordt al verwittigd na 5 halve dagen problematische afwezigheid. Vroeger was dat na 10 halve dagen.

Met het actieplan “ondernemend onderwijs” willen we jongeren stimuleren om zelfstandig te ondernemen.  Het actieplan inspireert en ondersteunt alle onderwijsinstellingen biedt aanbieders van initiatieven een beleidskader en bundelt de acties van de Vlaamse overheid. Het wil leerlingen en studenten een ondernemende attitude bijbrengen en hen de nodige competenties voor het zelfstandig ondernemerschap  aanleren. Het project ‘Vlajo Ondernemers voor de Klas’ past binnen dat initiatief.

We keurden het voorontwerp van decreet over Leerlingenbegeleiding goed. Het biedt een kader voor goede leerlingenbegeleiding waarin de noden van de leerling nog centraler staan. Er wordt onder andere ingezet op meer samenwerking tussen centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s); en kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding wordt een erkenningsvoorwaarde voor scholen. Daarbij maken we afspraken met collega Vandeurzen over onder andere de integrale jeugdhulp en preventieve gezondheidszorg. 

45 secundaire scholen zijn door Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits geselecteerd voor het project ‘Samen tegen onbetaalde schoolfacturen. De scholen krijgen volgend schooljaar deskundige begeleiding op maat over thema’s zoals kostenbeheersing, het menswaardig innen van facturen en een goede communicatie met kwetsbare ouders. Het gaat om een unieke samenwerking met de armoedesector.

 

Volg mij ook via

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream

twitter