4 oktober 2018

Verplichte niet-bindende toelatingsproef diergeneeskunde vanaf 2019-2020

 

Vanaf het academiejaar 2019-2020 zullen studenten die de opleiding diergeneeskunde willen volgen moeten deelnemen aan een verplichte niet-bindende toelatingsproef. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits geantwoord op een vraag van de parlementsleden Jos De Meyer (CD&V) en Koen Daniels (N-VA). Momenteel zijn er al verplichte niet-bindende toelatingsproeven voor studenten die aan de hogeschool een opleiding tot leraar willen starten en studenten die aan de universiteit een opleiding tot burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect willen starten.

Vanaf volgend academiejaar komt er een nieuwe niet-bindende toelatingsproef voor studenten die zich inschrijven in de opleiding diergeneeskunde. Met de toelatingsproef wil Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de instroom in de opleiding kwalitatiever maken en de slaagkansen verhogen. De proef zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst, gebaseerd op elementen uit de reeds ontwikkelde ijkingsproeven en ook de SIMON-test van de Universiteit Gent.

Als voorbode hebben de studenten die dit academiejaar ingeschreven zijn aan de universiteiten van Antwerpen en Gent afgelopen week een proef afgelegd. De resultaten van die afname zullen in de loop van volgende maand geanalyseerd worden in functie van de verdere optimalisatie en de validering van de niet-bindende toelatingsproef.

Op vraag van minister Crevits is er een monitoringsrapport gemaakt voor de opleiding diergeneeskunde met gegevens over de instroom, de uitstroom en het studiesucces van de studenten. Uit de monitoring blijkt dat de totale instroom van generatiestudenten in de opleiding redelijk stabiel bleef tussen 2010-2011 en 2016-2017 (ca. 420 generatiestudenten per jaar). Voor het academiejaar 2017-2018 zijn de cijfers nog niet definitief, maar lijkt de instroom gestegen te zijn onder invloed van een groter aandeel Nederlandse studenten. Meer en meer leerlingen uit het TSO starten met de opleiding diergeneeskunde. Zij volgen in het secundair onderwijs vooral de opleidingen biotechnische wetenschappen en sociale- en technische wetenschappen. Zij halen een goed studierendement wat aantoont dat het TSO ook goed voorbereidt op hoger onderwijs.

Het aandeel Nederlandse studenten schommelt rond de 30 %, met een uitschieter in het academiejaar 2015-2016. Het aandeel van studenten met een andere nationaliteit ligt laag. In het academiejaar 2017-2018 lijkt er zoals gezegd terug een verhoogde instroom in de opleiding. Het is afwachten of dit een tendens is die zich doorzet.

Globaal genomen ligt het studierendement van generatiestudenten in de opleiding diergeneeskunde lager dan in soortgelijke opleidingen zoals bio-ingenieurswetenschappen en biologie. Dit sterkt minister Crevits in de keuze om voor de opleiding diergeneeskunde een verplichte niet-bindende toelatingsproef in te voeren. Het studierendement van de buitenlandse studenten ligt lager dan dat van de studenten met de Belgische nationaliteit. Aangezien de verplichte niet-bindende toelatingsproef ook op hen van toepassing zal zijn, zal de signaalfunctie voor studenten die niet uit het Vlaamse secundair onderwijs komen nog pertinenter zijn.

Daarnaast zien we nu al dat het aandeel studenten dat na één jaar stopt in de bacheloropleiding diergeneeskunde licht gestegen is over de jaren: het gaat om bijna een derde van de starters. In lijn met het lagere studierendement, ligt ook het aandeel studenten dat binnen de nominale tijdsduur (3 jaar) een bachelordiploma behaalt. Dat ligt in de opleiding diergeneeskunde lager dan in de verwante opleidingen bio-ingenieurswetenschappen en biologie: nog geen kwart van de starters in de opleiding diergeneeskunde behaalt de bachelor in drie jaar. In de master is de afwijking minder uitgesproken en loopt minder dan een derde van de studenten nog vertraging op.

Als het gaat over de doorstroom naar de arbeidsmarkt is niet de instroom van generatiestudenten van belang, maar wel het aantal diploma’s dat wordt behaald. Dat aantal stijgt, maar minder snel dan de instroom. In 2016-2017 studeerden er 230 masters af. Analoog met het aandeel internationale studenten zien we dat ongeveer 70% van de diploma’s door Vlaamse studenten wordt behaald.

Uit de schoolverlatersstudies van de VDAB blijkt dat slechts 2,5% van de afgestudeerden diergeneeskunde na één jaar nog werkzoekend is. Daarmee doet de opleiding het beter dan verwante opleidingen als bio-ingenieurswetenschappen of biologie met respectievelijk 3,8% en 9% werkzoekende schoolverlaters na één jaar.

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream