4 december 2017

Zet het onderwijsveld niet in de hoek (mijn opinie in De Standaard)

 

Met de blijde intrede van de goede man uit Spanje in het vooruitzicht, bereikt de temperatuur in onderwijsland de laatste dagen ongekende hoogtes. De beste stuurlui staan daarbij niet zelden aan wal, maar zelfs onder de bemanning is er behoorlijk wat onenigheid. Van ver worden stoute kinderen aangewezen, karikaturen en simplismen worden niet geschuwd. Daarbij wordt vlot voorbijgegaan aan een aantal essentiële bouwstenen van het Vlaamse onderwijssysteem.

Zo is er de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Die garandeert dat onderwijskoepels - netten maar ook individuele scholen - de autonomie en de vrijheid hebben om zelf te beslissen hoe ze onderwijs inrichten, zolang ze maar binnen het kader van de regelgeving blijven, de taalwetgeving bijvoorbeeld, en de vooropgestelde eindtermen bereiken. De overheid beslist het ‘wat’, het onderwijsveld het ‘hoe’, of het nu een visie op meertaligheid, op evaluatie en rapporten of op samenleven in dialoog betreft.

Krijtbord of digibord?

In 3.500 scholen verspreid over Vlaanderen wordt binnen eenzelfde regelgeving en met eenzelfde horizon voor ogen onderwijs gegeven op maat van het eigen pedagogisch project en de eigen specifieke schoolcontext. En die context kan heel verschillend zijn van school tot school. Een basisschool in Westouter is geen ‘concentratieschool’ in hartje Antwerpen.

Ouders krijgen op die manier ook de vrijheid om het onderwijsproject te kiezen dat het best past bij hun overtuigingen en levensfilosofie. Het is zonder twijfel in grote mate te danken aan die rijke traditie dat het Vlaamse onderwijs internationaal nog steeds hoge toppen scheert. Ik betreur ten stelligste dat die vrijheid vandaag voortdurend onder vuur ligt.

Wanneer onderwijsnetten op basis van de groeiende maatschappelijke diversiteit op zoek gaan naar een onderbouwde visie rond meertaligheid als hefboom voor sterker Nederlands (DS 27 november) of naar de beste manier om in dialoog samen school te lopen, dan is dat niet alleen hun recht, maar ook hun plicht, zolang het maar binnen de bestaande wettelijke kaders gebeurt. Wanneer scholen vanuit hun pedagogische visie op zoek gaan naar de meest efficiënte methode om leerlingen te evalueren en daarom zouden beslissen niet langer met klasgemiddeldes te werken, dan is dat hun volste recht, ook al is dat niet mijn persoonlijke overtuiging (DS 30 november). Zolang die evaluatiemethode maar bekrachtigd wordt door de onderwijsinspectie als zijnde valide en betrouwbaar.

Over de manier waarop die doelstellingen het best bereikt worden, mogen meningsverschillen bestaan, maar het is en blijft de autonomie van de school en niet het dictaat van de politiek. Of moeten wij politici straks ook bepalen welke handboeken leerkrachten moeten gebruiken, of ze een krijtbord of een digibord moeten gebruiken, welke romans leerlingen moeten lezen, naar welke landen ze op schoolreis mogen gaan en welke liedjes ze mogen zingen in de muziekles?

Laten we alstublieft stoppen met elkaar te pas en te onpas de zwartepiet toe te spelen en het onderwijsveld in de hoek te zetten vanwege zijn voortdurende zoektocht naar pragmatische oplossingen en afdoende antwoorden op de uitdagingen van vandaag. Laten we veel liever vertrouwen hebben in de professionaliteit en de expertise van de scholen om op basis van de eigen schoolcontext de beste keuzes te maken in het belang van de leerlingen.

 

Hilde Crevits

Categorie: 
 

Volg mij ook via

twitter

Foto's op Flickr

www.flickr.com
hilde.crevits' items Go tohilde.crevits' photostream